Volleybal spelregels: zo werkt het spel


Volleybal lijkt eenvoudig: twee teams, een net en een bal die niet op de grond mag vallen. Toch zit het spel vol regels over aanraken, rotatie, posities en fouten. Wie die regels kent, begrijpt beter wat er op het veld gebeurt, of u nu zelf speelt, coacht of naar een wedstrijd kijkt. Op deze pagina leggen we de belangrijkste spelregels van zaalvolleybal uit, van de opslag tot de libero, en zetten we de verschillen met beachvolleybal op een rij.

Het doel van het spel

Twee teams van zes spelers staan tegenover elkaar, gescheiden door een net. Elk team probeert de bal zo over het net te spelen dat hij binnen de lijnen op de grond van de tegenstander valt, of dat de tegenstander een fout maakt. Tegelijk verdedigt elk team zijn eigen speelhelft. Meer over de afmetingen en lijnen leest u op onze pagina over het volleybalveld.

Punten en sets

  • Rally point: elke rally levert een punt op, ongeacht welk team serveerde.
  • Set: een set wordt gewonnen door het team dat als eerste 25 punten haalt, met minstens twee punten verschil. Bij 24-24 wordt doorgespeeld tot het verschil twee is.
  • Wedstrijd: officiële wedstrijden gaan meestal over best of five: wie als eerste drie sets wint, wint de wedstrijd.
  • Beslissende set: een eventuele vijfde set gaat tot 15 punten, ook weer met twee punten verschil.

In recreatieve competities wordt soms een vast aantal sets gespeeld, bijvoorbeeld vier, waarbij elke set punten oplevert voor de stand.

De opslag

Elke rally begint met een opslag, ook wel service genoemd. De serveerder staat achter de achterlijn en slaat de bal met één hand of arm over het net. Hij heeft daarvoor acht seconden na het fluitsignaal van de scheidsrechter. De bal mag het net raken, zolang hij daarna in het veld van de tegenstander terechtkomt.

Wint het serverende team de rally, dan serveert dezelfde speler opnieuw. Wint het ontvangende team, dan krijgt het de service en draaien de spelers één positie door. Er zijn verschillende soorten opslag: de onderhandse opslag voor beginners, de bovenhandse zwevende opslag die onvoorspelbaar beweegt, en de sprongservice waarbij de serveerder aanloopt, springt en de bal met veel kracht slaat.

Drie keer spelen

Elk team mag de bal maximaal drie keer raken voordat hij terug over het net moet. Een veelgebruikte opbouw is:

  1. Pass of receptie: de bal wordt opgevangen, meestal met een onderhandse bump.
  2. Set: de spelverdeler speelt de bal hoog en precies naar een aanvaller.
  3. Aanval: de aanvaller slaat de bal hard of geplaatst over het net, de smash.

Een speler mag de bal niet twee keer na elkaar raken. Er is één uitzondering: een aanraking bij het blok telt niet mee als een van de drie keer, en de blokkeerder mag de bal daarna opnieuw spelen.

Rotatie en posities

Het veld is verdeeld in zes posities: drie voorspelers bij het net en drie achterspelers. Op het moment van de opslag moeten alle spelers in de juiste volgorde staan. Elke keer dat een team de service terugwint, draaien de spelers met de klok mee één plaats door. Zo komt iedereen beurtelings aan de opslag, aan het net en achteraan.

Achterspelers mogen niet aanvallen boven de netrand vanuit de voorzone en mogen niet blokken. Ze mogen wel aanvallen als ze afspringen achter de aanvalslijn, op drie meter van het net. Zodra de bal geserveerd is, mogen spelers wel van plek wisselen. Daardoor zie je op hoog niveau dat de spelverdeler altijd naar dezelfde plek loopt en aanvallers hun vaste positie opzoeken.

De libero

De libero is een verdedigingsspecialist in een shirt met een afwijkende kleur. Hij mag onbeperkt wisselen met achterspelers, zonder dat dit als officiële wissel telt. De libero mag niet blokken, niet aanvallen boven de netrand en in de meeste competities niet serveren. Speelt hij de bal met een bovenhandse set vanuit de voorzone, dan mag een aanvaller die bal niet boven de netrand afmaken.

De meest voorkomende fouten

  • Bal uit: de bal landt buiten de lijnen. De lijnen zelf horen bij het veld.
  • Vier keer spelen: een team raakt de bal meer dan drie keer.
  • Dubbel: een speler raakt de bal twee keer na elkaar.
  • Vasthouden: de bal wordt gevangen of gegooid in plaats van kort geraakt.
  • Netfout: een speler raakt het net tussen de antennes tijdens het spelen van de bal.
  • Middenlijnfout: een voet komt volledig over de middenlijn in het veld van de tegenstander.
  • Opstellingsfout: spelers staan bij de opslag niet in de juiste rotatievolgorde.
  • Voetfout bij de opslag: de serveerder stapt op of over de achterlijn bij het raken van de bal.

Wissels en time-outs

Een team mag per set een beperkt aantal wissels doen, in de meeste reglementen zes. Een speler die gewisseld is, mag in dezelfde set maar één keer terug, en alleen op de plek van degene die hem verving. Daarnaast heeft elk team per set twee time-outs van dertig seconden. In internationale toernooien worden ook videochecks gebruikt, waarmee coaches een beslissing van de scheidsrechter kunnen laten controleren.

Verschillen met beachvolleybal

  • Teams: twee spelers per team in plaats van zes.
  • Veld: 16 bij 8 meter, op zand.
  • Sets: de eerste twee sets gaan tot 21 punten, een eventuele derde tot 15. Wie twee sets wint, wint de wedstrijd.
  • Geen vaste posities: er is geen rotatie of libero, wel een vaste serveervolgorde.
  • Blok telt mee: een blokaanraking telt als een van de drie keer.
  • Geen tik met de vingertoppen: een aanval mag niet worden afgerond met een geplaatste tik van de open vingertoppen.

De scheidsrechters

Een officiële wedstrijd wordt geleid door een eerste scheidsrechter op een verhoogde stoel aan de netpaal, een tweede scheidsrechter aan de andere kant van het net en lijnrechters die beoordelen of de bal in of uit is. Een teller houdt de rotatie en de stand bij. Met armgebaren laten de scheidsrechters zien welke fout er is gemaakt. In Nederland worden de regels en de scheidsrechtersopleidingen verzorgd door de volleybalbond Nevobo.

Regels voor de jeugd

Jonge spelers beginnen vaak met aangepaste spelvormen, zoals CMV (Cool Moves Volley) in Nederland. Daarbij spelen kleinere teams op een kleiner veld, met een lager net en soms met vangen en gooien in plaats van spelen. Stap voor stap komen de officiële regels erbij, zodat kinderen het spel spelenderwijs leren.

Meer over volleybal

Wilt u weten met welke bal en schoenen u het best speelt? Lees onze pagina over volleybalmaterialen. Hoe het spel ooit is ontstaan, leest u in de geschiedenis van volleybal.

Veelgestelde vragen

Mag je de bal met je voet spelen?

Ja. Sinds de regelwijzigingen van eind jaren negentig mag de bal met elk deel van het lichaam worden gespeeld, dus ook met de voet.

Is de bal op de lijn in of uit?

In. De lijnen horen bij het speelveld. Zodra de bal de lijn raakt, is hij in.

Hoe lang duurt een volleybalwedstrijd?

Er is geen vaste speeltijd. Een wedstrijd over drie sets duurt vaak zo'n uur, een wedstrijd over vijf sets kan meer dan twee uur duren.


Back to home